In het Speulderbos vindt u het Solsche Gat. Hier ligt midden in de beukenbossen een brede inzinking van ongeveer 40 bij 20 meter. Dit gat heeft altijd tot de verbeelding van de plaatselijke bevolking gesproken.
Aan 'sterke' verhalen heerst geen gebrek op de Veluwe. Achter iedere plek steekt een eigen verhaal, vaak al van generatie op gener
atie verder verteld. Waar nu het Solsche Gat te vinden is, stond eeuwen geleden een imposant klooster. De prior en de broeders die daar woonden, spotten nogal met strenge kloosterregels. 's Nachts kwamen meermalen heksen, toverknollen en boze geesten op bezoek en dan werd de zwarte mis gelezen. De wijn werd er bij emmers vol gedronken en de gehele nacht brandden de ovens om de gerechten gereed te maken voor de enorme braspartijen.
In een kerstnacht moet er een hevige storm boven de Noord Veluwe gewoed hebben en juist te middernacht klonk een verschrikkelijke donderslag. Het bleef bij die ene vervaarlijke donderslag, maar storm en regen duurden nog lang voort. Toen het goed en wel licht was, kwam een jonge, geheel ontstelde jongen het dorp Garderen binnenhollen en vertelde de kerkgangers opgewonden, hoe hij in het bos bij de Drie was geweest en dat het grote klooster finaal verdwenen was. Op de plaats waar het gestaan had, was alleen nog maar een ijselijk diepe kuil te zien. De bomen er omheen lagen tegen de grond, afgeknapt als luciferhoutjes.
Toen dat nieuws zich als een lopend vuurtje had verspreid, liepen de dorpen leeg, want ieder wilde het wonder, natuurlijk een godsoordeel, zien. Van de statige toegangslaan tot het klooster was niet veel meer over, er was nog een met veldkeien geplaveid straatje te zien, meer niet: de aarde had zich voor het klooster en zijn zondige bewoners geopend en daarna weer gesloten. Het gerucht gaat dat na middernacht het geluid van de klokken uit de diepte weerklinkt en de geesten van de monniken in de sombere rij uit het duister tevoorschijn treden...
<- terug